Gedichten

 

KINDERLOOSHEID NA KANKER

 

TIJD

(M. Vasalis)

 

Ik droomde, dat ik langzaam leefde...

langzamer dan de oudste steen.

Het was verschrikkelijk: om mij heen

schoot alles op, schokte of beefde,

wat stil lijkt. 'k Zag de drang waarmee

de bomen zich uit de aarde wrongen

terwijl ze hees en hortend zongen;

terwijl de jaargetijden vlogen

verkleurende als regenbogen...

Ik zag de tremor van de zee,

zijn zwellen en weer haastig slinken,

zoals een grote keel kan drinken.

En dag en nacht van korte duur

vlammen en doven: flakkrend vuur.

- De wanhoop en welsprekendheid

in de gebaren van de dingen,

die anders star zijn, en hun dringen,

hun ademloze, wrede strijd...

Hoe kón ik dat niet eerder weten,

niet beter zien in vroeger tijd?

Hoe moet ik het weer ooit vergeten?

 

----------------------

 

(Rainer Maria Rilke)

 

Heb geduld met alles wat onopgelost is in je hart

En probeer je vragen met liefde te bezien,

Als kamers die gesloten zijn

Of als boeken in een volslagen vreemde taal.

Zoek nog niet naar antwoorden,

Die kunnen je nog niet gegeven worden,

Omdat je niet in staat zou zijn ze te leven.

En het gaat erom alles 'te leven'.

Leef nu de vragen.

Misschien zul je dan geleidelijk,

Zonder het te merken,

Jezelf, ooit op een dag,

In het antwoord terugvinden.

 

----------------------

 

De herberg

(Rumi 1207-1273)

 

Ik ben als een herberg.

Elke dag nieuwe gasten.

 

Iets leuks, een dip, een slechte bui,

en even een helder moment

als onverwachte bezoekers.

 

Ik verwelkom ze en biedt ze allen een gastvrij onthaal!

Zelfs als het een hoop zorgen zijn

die bij mij de boel overhoop halen.

 

Toch behandel ik elke gast met respect.

Misschien komt hij bij me opruimen

om plaats te maken voor iets nieuws.

 

Een sombere gedachte, schaamte en boosheid,

ik begroet hen lachend bij de deur

en vraag ze binnen te komen.

 

Ik ben dankbaar voor wie er komt

want ieder wordt gestuurd

als een gids uit het onbekende.